Kip in de oven: welke stand gebruik je?
De ovenstand bepaalt meer dan de meeste mensen denken. Dezelfde kip, dezelfde temperatuur en dezelfde tijd geven een totaal ander resultaat op hetelucht dan op boven- en onderwarmte. Het verschil zit hem in bewegende lucht.
Hetelucht, te herkennen aan het ventilatorsymbool, blaast de warmte rond. Daardoor gaart alles sneller en gelijkmatiger, en droogt het oppervlak sneller uit. Voor kip is dat vaak precies wat je wilt: een hele kip, drumsticks of kippendijen met vel worden zo krokant. Let wel op de vuistregel dat je de temperatuur ongeveer twintig graden lager zet dan in een recept voor boven- en onderwarmte. Staat er 200 graden, dan wordt het 180 op hetelucht.
Boven- en onderwarmte is rustiger en droogt minder uit. Die stand is beter voor kipfilet zonder vel, voor ovenschotels met saus of room, en voor alles wat langzaam mag garen zonder een korst te vormen. Bak je op één plaat en heb je geen haast, dan kan dit prima je standaard zijn.
De grillstand gebruik je nooit om kip te garen, alleen om af te maken. De hitte komt uitsluitend van boven en is fel, dus in twee tot vier minuten heb je kleur, en in zes minuten heb je zwart. Zet de kip in het bovenste derde deel van de oven en blijf erbij staan. Heeft je oven een turbogrill, oftewel grill met ventilator, dan is dat de beste keuze voor een hele kip: bruin vel zonder dat de binnenkant uitdroogt.
Belangrijker dan de stand blijft de kerntemperatuur. Kipfilet is klaar rond 72 graden, dijen en drumsticks mogen door tot 78 of 80 graden omdat het bindweefsel dan pas zacht wordt. Een thermometer voorkomt meer mislukte kip dan welke ovenstand ook.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))