De lekkerste kipsaté marinade
Een goede satémarinade doet drie dingen tegelijk: zoet, zout en aromatisch. Ketjap manis levert het eerste, sojasaus of zout het tweede, en knoflook met gember en specerijen zorgen voor de rest. Meer ingrediënten maakt het niet beter, want dan gaan de smaken elkaar tegenwerken.
Voor ongeveer 600 gram kipdij meng je vier eetlepels ketjap manis, één eetlepel sojasaus, twee eetlepels neutrale olie, drie geperste tenen knoflook, twee centimeter fijngeraspte gember, een theelepel gemalen koriander, een halve theelepel komijn, een theelepel sambal oelek en een eetlepel limoensap. Wil je het echt Indisch, voeg dan een theelepel geraspte trassi of een half blokje gestampte kemirinoot toe.
De olie is belangrijker dan hij lijkt. Veel smaakstoffen in knoflook, gember en komijn lossen op in vet en niet in water, dus zonder olie blijft de marinade oppervlakkig. En het zuur uit de limoen doet meer dan smaak geven: het helpt het vlees mals te maken, al moet je het niet overdrijven. Meer dan een nacht marineren maakt de buitenkant papperig.
Meng alles in een kom, roer tot de suiker uit de ketjap is opgelost, en schep dan pas de blokjes kip erdoor. Houd voor je dat doet een paar lepels marinade apart in een schaaltje. Daarmee bestrijk je de spiesen tijdens het grillen zonder rauw kippenvocht op het gare vlees te smeren.
Laat de kip minstens twee uur staan, liefst een nacht. Haal hem een half uur voor het grillen uit de koelkast, dan gaart alles gelijkmatiger. Wat er in de kom achterblijft kun je nog kort inkoken tot een dun sausje, mits het echt doorkookt.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))